Wetenschap en praktijk

Vanuit de hele duivenwereld krijgen wij dagelijks ‘telefoontjes’, e-mails, al dan niet met foto’s en/of korte filmpjes van de desbetreffende problemen. Ook via WhatsApp kunnen we snel situaties beoordelen en al dan niet diagnoses stellen. Vroeger met alleen de telefoon was dat soms moeilijker, dan moest je nog verder doorvragen, maar lang leve de moderne techniek, de steeds betere en snellere communicatie via het internet, ook voor artsen-specialisten een enorme vooruitgang.

Ook wat betreft de diagnostiek zien we de mogelijkheden snel vooruitgaan, alleen wordt het er allemaal niet eenvoudiger op. Ik zal u wat voorbeelden schetsen geachte lezer.
Door innovaties op het gebied van laboratoriumtesten krijgen we steeds vaker kwantitatieve resultaten in plaats van de ouderwetse kwalitatieve uitslagen. Dat betekent dat we steeds vaker een getal te zien krijgen in plaats van het oude vertrouwde positief of negatief of aangetoond dan wel niet aangetoond.

Ct-waarde

Het gerapporteerde getal kan zowel een:  1.  Ct-waarde zijn, als: 2. de hoeveelheid bacterie of virus per gram onderzocht (ziek) materiaal.
De Ct-waarde is een maat voor de hoeveelheid genetisch materiaal van het gezochte pathogeen (ziekmakende bacterie c.q. virus). En nu komt de aap uit de mouw. Het gaat dus om de hoeveelheid bacterie of virus per gram onderzocht materiaal (weefsel) en de Ct-waarde. Dat wil dus zeggen dat het ‘oude’ principe van positief tegenover negatief thans een ander beeld schetst van de gezondheidssituatie van, in ons geval, de duif. Het komt er eigenlijk in de praktijk op neer dat je bij onze postduiven vrijwel alle potentiële ziekteverwekkers kunt aantonen ZONDER dat de duiven daar ziek van zijn, als het maar in een lage graad is en zolang de duif daar maar in een soort evenwicht (balans) mee leeft.
Wij noemen dat ‘latente aanwezigheid’. Voor ons duivendierenartsen niks nieuws, wij weten immers al jaren dat al deze goedbedoelde laboratoriumuitslagen met de nodige ‘gezonde’ argwaan beoordeeld dienen te worden!
Ik heb het dan bijvoorbeeld over allerlei verwekkers van het ornithosecomplex zoals daar zijn chlamydia, mycoplasma, stafylokokken, streptokokken, E.coli bacteriën en Pelistega europeae etc. én Herpes virussen (type I).

Ik schreef daar jaren geleden al over trouwens, maar ook over de vele verschillende stammen van de E.coli bacterie, voor mij nog steeds de belangrijkste verwekker (oorzaak) van het zogenaamde ‘Adeno-coli’ syndroom. Deze term werd trouwens in de jaren zeventig door mijn goede en uiterst deskundige collega en vriend Dr. Pol Lemahieu én ondergetekende bedacht. Waar het over gaat is de juiste interpretatie van de bevindingen, een optelsom van de klinische diagnostiek (dus de symptomen) al dan niet in combinatie met laboratoriumuitslagen en dan liefst volgens de nieuwste technieken (PCR) voor zover dat dan ook mogelijk is.

Paratyfus

Ik durf wel te stellen dat praktisch ieder hok in Europa met meer dan 150-200 duiven, Salmonella heeft, meestal zónder symptomen.
In de zomer zelden een probleem, het is niet de oorzaak van slechte prestaties in de breedte, want dat is natuurlijk ‘droog snot’, maar die Salmonella bacteriën kunnen wel ‘wakker’ worden ergens in het lichaam, meestal geslachtsorganen of darm, en zich gaan vermeerderen en dus symptomen gaan geven en dus problemen! Bijna altijd tussen half september en half maart, dan zie ik er bijvoorbeeld 100 en tussen half maart en half september zie ik er dan 1 à 2. Yes, 1,5% dus en dat heeft alles te maken met de rui en het koudere, nattere weer.
Onze duivenkliniek zit voor 75% vol nu met paratyfus-patiënten! Allemaal topduiven waar de eigenaren een zo goed mogelijke behandeling van verwachten opdat ze weer bruikbaar zijn voor de kweek en soms zelfs voor de vluchten!
De symptomen verschillen van hok tot hok maar heel vaak zien we toch veel duiven mager worden, oude dons vasthouden, kreupel lopen, scheefvliegen en/of opvallend vaak bloed-/buispennen, met name de 7e, 8e of 9e pen!

Met de juiste middelen behandelen wij die duiven, liefst met verschillende antibiotica en niet met één antibioticum (tjonge jonge wat wordt dat vaak verkeerd geschreven!). De gevoeligheidstesten zijn helaas wisselend betrouwbaar en de enting doet ook al géén wonderen, althans niet wat je van een enting mag verwachten!

De diagnose paratyfus is wat mij betreft het betrouwbaarst op grond van de klinische symptomen, jawel. Maar je moet dan wel over de nodige ervaring beschikken, met andere woorden, je moet onnoemelijk veel gevallen gezien hebben. Salmonella blijft een lastige ziekte omdat er géén enkel geneesmiddel 100% afdoende werkt.

De duif zelf moet altijd het laatste stootje geven, dus daarom optimaal huisvesten: beetje warmer dan buiten, droog, licht, en schoon in de hokken en niet teveel duiven bij elkaar. Kwestie van potentiële infectiedruk verlagen, maar dat geldt natuurlijk voor alle ziekten.

Wij testen regelmatig nieuwe geneesmiddelen, bijvoorbeeld uit de pluimveesector zoals apramycine, maar helaas zijn de resultaten niet beter dan met onze ‘oude’ combi’s.
Behandelen van zieke duiven doe je best met een spuitje/slangetje. Wij geven dan ca. 12 ml van het gereed product, 2x daags in de bek!

Trichomonas

Interessant is dat we de laatste paar jaar weer ouderwetse trichomonas zien, ook bij sierduiven. We zagen dit jaar al een long die volledig door trichomonas was aangetast. We zagen ook schedelbasistricho, het proces breekt dan door naar de schedelbasis vanuit de keel. En we zagen ernstige navelontstekingen bij jonge duiven in het nest, het zogenaamde ‘steen’ wat de oudere liefhebbers zich nog wel zullen herinneren! Dit is trouwens goed te genezen!

Deze week was er een sierduivenliefhebber met al 20 dode duiven, oude en jongen. Op zijn filmpje zag ik duiven met heel veel slijm en gele brokken in de keel! Een klassieke tricho dus! In deze gevallen werkt behandeling met tabletten en een orale oplossing snel en doeltreffend!!
In één geval hebben we ook nog levertrichomoniase vastgesteld.

 

Trichomoniase

Candida albicans

De zogenaamde schimmelinfectie met Candida albicans zie je zo nu en dan in een krop/keeluitstrijkje. Wij hechten daar weinig waarde aan want er is zelden sprake van een echte infectie, meestal zitten ze losjes op de slijmvliezen en verdwijnen ze binnen enkele dagen vanzelf.
Als er echt sprake is van een infectie met symptomen, ja, dan natuurlijk behandelen met bijvoorbeeld nystatine (heeft trouwens ook antibiotische werking). Dit jaar hebben wij denk ik 5 gevallen van schimmelproblemen gevonden. Eén daarvan was aspergillose, daar worden de duiven kortademig van en gaan ze aan dood.

Adeno-coli

Tenslotte, herinnert u zich nog dat een aantal duivencollega’s nogal nerveus werden van ’t toendertijd (ca. 12 jaar geleden) ontdekte circovirus bij onze gevleugelde vrienden? Dit zou dé oorzaak zijn van ‘Adeno-coli’. Hele discussies, zelfs tot in het veterinair comité van de FCI. Ik had daar van meet af aan zo mijn eigen ideeën over, ik zag namelijk helemaal géén nieuwe ziekte verschijnen en we konden de ‘Adeno-coli’ meestal vlot genezen! Ook hier is achteraf gebleken dat het circovirus gewoon bij veel gezonde jongen voorkomt, zonder problemen, en wel in de zogenaamde bursa  van Fabricius (een soort zwezerik bij kalveren) en die Bursa verdwijnt na ongeveer 6 maanden. Niemand heeft het nog over circovirussen.

BELGICA DE WEERD B.V. I Postbus 4607 I 4803 EP Breda I Nederland
T +31 76 560 02 22 I F +31 76 565 35 70 I info@belgicadeweerd.com I www.belgicadeweerd.com